|
KLIMAATVERANDERING EN NATUURONTWIKKELING
LANGS DE MAAS EN HAAR ZIJBEKEN
Op vrijdag 24 februari na de jaarvergadering is mevrouw Hettie
Meertens bij ons te gast. Zij geeft deze avond een lezing over de invloed van
het klimaat op de natuurgebieden langs de Maas. De lezing wordt gehouden in de
centrale ruimte van Basisschool Triangel, Linnerhof 36 te Linne. De lezing
begint om 20.00 uur. Het belooft een boeiende avond te worden zorg dat u deze
lezing met een bijzonder thema niet mist. Ook niet leden zijn op deze avond van
harte welkom.
door Hettie Meertens, ARK Natuurontwikkeling
Waterbeheer in de 21-ste eeuw
Stromende berging. Bergen bij de bron. Bergen van water. Meebewegen met water.
Ruimte voor de rivier. Droge voeten, natte natuur. Het zijn kreten die de
afgelopen tien jaar vaak voorbij kwamen. Allemaal proberen ze hetzelfde
duidelijk te maken: het waterbeheer zoals zich dat in de afgelopen eeuw(en)
heeft ontwikkeld, is toe aan een herziening: in plaats van water zo snel
mogelijk via sloten, beken en rivieren af te voeren naar zee, moet het langer
worden vastgehouden
op plaatsen die van nature geknipt zijn daar voor: brongebieden, beekdalen en
rivier dalen. Van oorsprong boden deze plekken volop ruimte voor water. Daarin
kwam verandering toen deze gebieden een landbouw- en/of bosbouwkundige functie
kregen Ontwateren werd het motto.
De samenleving van de 21-ste eeuw is niet meer dezelfde als die van de 19-de en
20-Ste eeuw. Er zijn nieuwe behoeften, nieuwe problemen, nieuwe uitdagingen en
eigentijdse oplossingen. Bij de aanpak van wateroverlast en droogteschade als
gevolg van klimaatverandering vervullen natuur- en landschapsontwikkeling langs
de Maas en haar zijbeken tegenwoordig een sleutelrol. Ook in Limburg.
Klimaatverandering
De verwachting is dat we door opwarming van de aarde steeds vaker te maken
krijgt met natte periodes waarin beken en rivieren veel water in korte tijd
moeten verwerken. Het omgekeerde lijkt ook vaker voor te komen: periodes van
extreme droogte en lage waterstanden. We hebben er allemaal last van. Dorpen en
steden langs beken en rivieren kampen met (dreigende) overstromingen.
Landbouwgebieden, natuurgebieden en onze tuinen lijden onder de droogte. De
verandering van het klimaat wordt toegeschreven aan de toegenomen hoeveelheid
broeikasgassen in de lucht (o.a. kooldioxide en methaan). Deze gassen zorgen
ervoor dat de atmosfeer meer zonnewarmte vasthoudt. Omdat het een onmogelijke
opgave is om op korte termijn de uitstoot van broeikasgassen sterk te reduceren
en de klimaatverandering te stoppen, is het belangrijk dat we de weerbaarheid
van stad en land tegen de klimaatverandering vergroten. Deze moeten beter tegen
een stootje kunnen. Een flinke stoot water bijvoorbeeld. Maar hoe? Het antwoord
op deze laatste vraag is simpel: door weer ruimte te geven aan het water.
Ruimte voor water en natuur
Ruimte geven aan water kan op verschillende manieren. Een methode die weinig
ruimte kost, is het graven van een kuil: een regenwaterbuffer. Zo'n kunstmatige
buffer kan overtollig regenwater tijdelijk opvangen. Dergelijke buffers duiken
overal op, maar hebben weinig betekenis voor natuur en landschap. Een andere
aanpak is de ontwikkeling van natuurlijke klimaatbuffers. Dit zijn grote
natuurgebieden die in natte tijden veel water kunnen opnemen en daardoor
wateroverlast elders beperken. In droge tijden staan ze water af aan hun
omgeving en verminderen ze de droogteschade. Natuurlijke klimaatbuffers vragen
veel ruimte, maar tegelijkertijd leveren ze heel veel op; waterberging,
moerasnatuur (wetlands), en uitgestrekte wandel- en fietsgebieden.
Stromende berging en bergen bij de bron
Bekende voorbeelden van grote, natuurlijke klimaatbuffers in Limburg zijn o.a.
de Grensmaas, Beneden-Geuldal, Wormdal en Tungelroyse beek. Hier hebben of
krijgen de kunstmatig ingesnoerde waterlopen opnieuw de vrijheid om de breedte
in te gaan en te eroderen. Het waterbergend vermogen neemt daardoor toe en de
afvoer vertraagt ('stromende berging'). Dat helpt om hoogwaterpieken
benedenstrooms af te toppen. De natuur ontwikkelt zich in dergelijke beek- en
rivierdalen op spectaculaire wijze.
Interessante mogelijkheden voor natuurlijke waterberging liggen ook in de
brongebieden van beken en rivieren. Denk aan de uitgestrekte, maar veelal
ontwaterde brongebieden in de Ardennen ('bergen van water'), maar ook aan
brongebieden in het laagland. Het Kempen/Broek bij Weert is daar een goed
voorbeeld van. Het gebied ligt in het stroomgebied van de Maas, in een laagte,
waar regen- en grondwater zich verzamelt. Via zogenaamde doorstroommoerassen
verplaatst dit water zich langzaam naar een beek in de buurt. In het verleden
werden deze beken gekanaliseerd en in bovenstroomse richting doorgetrokken. Zo
werden de moerassen "lek geprikt", geholpen door grote aantallen greppels en
sloten. De droog gemaakte gronden kwamen in gebruik voor landbouw en bosbouw.
Inmiddels werken Nederlandse en Vlaamse natuurorganisaties met de
waterbeheerders samen aan moerasherstel en waterberging ('bergen bij de bron').
Dat gebeurt door landbouwgrond in de laagste delen om te vormen tot natuur. De
nieuwe natuurgebieden vormen schakels tussen de verspreid liggende
moerasrestanten. Zo ontstaat een uitgestrekt natuurgebied, waar de natuurlijke
waterhuishouding en waterberging kan worden hersteld.
Klimaatmigranten
De klimaatgrens in Europa schuift dagelijks met ongeveer 11 meter op. Dat is 4
km per jaar. Planten en dieren proberen met de opschuivende klimaatgrens mee te
bewegen.
Dat
voorkomt dat ze uitsterven. Helaas worden ze tijdens hun migratie vaak gehinderd
door barrières zoals snelwegen, spoorlijnen, kanalen of "onherbergzame gebieden"
zoals steden, industriegebieden of intensieve landbouwgebieden. Een opgave voor
de komende jaren is om in Europa een netwerk van samenhangende natuurgebieden te
ontwikkelen, zodat soorten flexibel kunnen reageren op de klimaatverandering.
Noord-zuid verbindingen zijn van groot belang. De Maas vormt een belangrijke
corridor in dit groene Europese netwerk. Dankzij grootschalige
natuurontwikkeling kan de rivier deze corridor functie weer naar behoren gaan
vervullen. Veel soorten zullen hiervan profiteren.
Terug naar jaarprogramma 2012
|